Ex. M en O, 18 mei 2009Samenvatting Dit examen examineert niet. Het bestaat merendeels uit oppervlakkige weetvragen. Na mijn vernietigende kritiek op een tweetal onderdelen van het Examen M en O voor VWO, 22 mei 2008, loopt dit examen langs elke moeilijkheid heen. Er zit helemaal niks meer in. Weetvragen en uiterst eenvoudig telwerk. Dat is alles. Er hoeft amper nog gerekend te worden. Dit examen stelt helemaal niets meer voor. Aan het begin is al gesteld:"Voor rekenfouten worden geen punten afgetrokken." Het Formuleblad bevat enerzijds een canard en verklapt anderzijds vier Examenvragen, waarmee 8 van de maximaal 67 punten zijn gemoeid: Vraag 11, current ratio en quick ratio, 2 punten Vraag 15, break-even omzet, 2 punten Vraag 31, prijsverschil, 2 punten Vraag 32, efficiencyverschil, 2 punten Het wordt de kandidaten met de paplepel ingegeven hoe deze vragen beantwoord moeten worden. Dit mag geen examineren heten. Over de hele linie wordt kandidaten geen enkel serieus vraagstuk voorgelegd. Het gaat nergens meer om. Het Formuleblad vermeldt voorts de volgende canard. Eerst is gesteld: i = p/100 discreet, SI Vervolgens: C = K x (1 + i)-n Het Formuleblad vermeldt weliswaar K = kapitaal, maar K blijkt in deze C-formule te zijn een bedrag op tijdstip n. Geld heeft niet één maar twéé dimensies, te weten de omvang van het bedrag én het tijdstip waarop het bedrag vervalt. Gebruikte symbolen op het Formuleblad: C = contante waarde, per definitie op tijdstip 0 E = eindwaarde, per definitie op eindtijdstip Maar dan staat vermeld: K = kapitaal, zonder meer Dit blijkt te zijn (zie boven): kapitaal op enig tijdstip n Immers, gesteld is C = K x (1 + i)-n K = Kn K is een bedrag op tijdstip n, ergens in de toekomst. Hier kan geen twijfel over bestaan. Vervolgens brengt het Formuleblad kandidaten in verwarring met: E = K x (1 + i)n Waarin E een bedrag is op (eind)tijdstip n. K moet nu een C voorstellen, een bedrag op begintijdstip 0. K staat in twee onder elkaar staande formules op het Formuleblad, maar deze parameter stelt in beide formules iets anders voor. CEVO is door mij geïnformeerd over het bovenstaande, en ook de pers. Van CEVO ontving ik op 28 mei 2009 onderstaande reactie. Geachte heer Jacobs, Hartelijk dank voor uw evaluatieve opmerkingen bij het centraal examen management en organisatie vwo 2009. Uw conclusie is dat het examen zeer eenvoudig is. Dat kunnen wij nu nog niet vaststellen maar zal zichtbaar moeten worden aan de scores van de kandidaten. Inderdaad staat op het werk dat voor rekenfouten geen punten worden afgetrokken. Dat is een standaard regel bij m&o waar verschillend over kan worden gedacht maar waar uiteraard niet van kan worden afgeweken zonder dat kandidaten daar van te voren van op de hoogte worden gesteld. Verder meldt u dat op grond van de informatie op het formuleblad een viertal vragen weggegeven wordt. Als dat het geval is, wordt dat bij de normering ook zichtbaar. U vermeldt verder een canard op het formuleblad. Omdat geen relatie wordt gelegd met de opgaven en dus niet wordt aangegeven of dit tot problemen leidt in de opgaven, beschouwen wij uw opmerkingen slechts als evaluatiemateriaal ten behoeve van verdere ontwikkeling. Voor mij als leek op het terrein van de management en organisatie is uit uw beschrijving overigens de canard niet duidelijk. K is een bedrag op een zeker tijdstip n, u introduceert daarbij Kn terwijl het formuleblad daarover niet spreekt. Wellicht ontstaat de verwarring doordat u in tegenstelling tot het formuleblad een vaste waarde n in de toekomst introduceert terwijl het formuleblad formules geeft waarbij de kandidaat rekent met een n-tal termijnen dat in de context is genoemd en zowel terug kan rekenen naar C als door naar E. Met vriendelijke groet, A. Algra, CEVO Mijn antwoord aan CEVO t.a.v. de heer Algra staat hieronder. Ook dit antwoord is ter kennis gesteld van de pers. In het tv-programma Knevel & Van den Brink op 28 mei 2009 stelde de Minister van OCW, de heer Plasterk, dat het ook best wel leuk mag zijn, maar dat toch vooral kennisoverdracht dient plaats te vinden op school, hetgeen volgens deze minister anno 2009 helaas geen hoofdzaak is. Waarvan akte. Geachte heer Algra, Of het M en O Examen voor VWO op 18 mei 2009 wel of niet zeer eenvoudig is, is afhankelijk gesteld van de scores van de kandidaten. Als de scores laag zijn, is het examen - volgens CEVO - niet eenvoudig. En omgekeerd, bij hoge scores is het examen wel eenvoudig. De normering hangt af van de scores van de kandidaten. Kandidaten worden aldus ten opzichte van elkaar beoordeeld. Een relatieve beoordeling dus, waarmee het VWO-diploma een absolute standaard ontbeert. Anders gezegd, het VWO-diploma staat niet garant voor een bepaald niveau. Wat het vak M en O betreft is het gebrek aan niveau manifest, volgens mij, zijnde vakdocent. Onder vakdocenten geldt dat een verschillenanalyse (Opgave 7) met alleen prijs- en efficiencyverschillen zeer eenvoudig is. Nog eenvoudiger kan niet. Opgave 7 is op het absolute minimum niveau. Om Opgave 1 op te lossen, is al wat er staat op het Formuleblad niet nodig. Het verschuiven van een geldbedrag over de tijdlijn (compounding en discounting) en het bijeen tellen van een serie gelijkblijvende annuïteiten (termijnen) zijn basisvaardigheden, waarvoor geen VWO-kandidaat het Formuleblad nodig zou moeten hebben. En meer dan dit basisniveau is niet vereist. Opgave 1 is op te lossen met een paar simpele berekeningentjes. Het Formuleblad vermeldt C = K x (1 + i)-n waarin K een bedrag is op tijdstip n perioden in de toekomst. De formule C = K x (1 + i)-n andersom opgeschreven luidt K = C x (1 + i)n Discounting (de huidige waarde van een toekomstige som geld) is het omgekeerde van compounding (het toekomstige bedrag van een huidige som geld). Eén formule volstaat, voor compounding én discounting, zoals gezegd voor het verschuiven van een geldbedrag over de tijdlijn. Ten principale gaat het om eenduidige symbolen; zie beide gedaanten van de genoemde formule. Voor compounding vermeldt het Formuleblad een andere formule, te weten E = K x (1 + i)n waarmee de eenduidigheid van symbolen te grabbel is gegooid. De parameter K betekent in deze formule iets anders. Ik herhaal mijn eerder gegeven kritiek: K staat in twee onder elkaar staande formules op het Formuleblad, maar deze parameter stelt in beide formules iets anders voor. Hoe kan deze canard u aanvankelijk ontgaan zijn? Niet eenduidige parameters leiden tot mogelijke misverstanden, brengen kandidaten in verwarring, het gebruik ervan is onwetenschappelijk, en voor het in druk verschijnen op een Formuleblad onder verantwoordelijkheid van het CEVO bestaat geen excuus. De parameter C is benoemd en gedefinieerd; zie bovengenoemde compounding/discounting-formule. Het Formuleblad geeft vervolgens een Cn-formule weer, om een serie gelijkblijvende annuïteiten (termijnen) bijeen te tellen, overigens zonder Cn expliciet te benoemen. De formule laat zien wat Cn voorstelt, en die formule klopt. Ik leer mijn studenten deze zelfde formule, zij het in een andere didactisch meer verantwoorde vorm waarbij Cn niet nodig is. Zonder En expliciet te benoemen geeft het Formuleblad ook een En-formule weer. Suggererend dat het gaat om een eindwaarde, maar het eindtijdstip wordt bepaald in de Opgave, waarop deze En-formule – kunstmatig – is geconstrueerd. Die En-formule is volstrekt overbodig. We weten immers al hoe een serie gelijkblijvende annuïteiten (termijnen) bijeen geteld moet worden in één geldbedrag op het begintijdstip, waarna dit bedrag met behulp van de compounding/discounting-formule naar elk gewenst eindtijdstip gerekend kan worden. Elke En-formule is overbodige ballast, waar kandidaten meer last dan gemak van hebben. CEVO geeft een kunstmatige En-formule weer op het Formuleblad, klaarblijkelijk om zich te redden uit de zelf opgeroepen chaos rondom niet eenduidige parameters. Hierboven gaat het om de eerste en laatste Opgave 1 respectievelijk Opgave 7. De tussenliggende Opgaven 2 tot en met 6 vereisen veel lees- en telwerk maar missen ten enenmale ook elk niveau, het VWO onwaardig. Met vriendelijk groet, Ir J.F. Jacobs Enschede, 29 mei 2009 |