| |
Bedrijfseconomie cursus
Vragen en Antwoorden
|
| Secties / Sections:
Bedrijfseconomie
Weblog
E-course
Webshop
Kennis is Macht
Mis dit niet!
JBA-Kwartaal ... meer info
Inschrijven eZine over
Toegepaste Bedrijfseconomie
In de eerste week van elk kwartaal
Rechtstreeks in je inbox!
En ontvang direct GRATIS
E-book Geld KOST Geld, 64
pag., ISBN 9073397065
Winkelwaarde 13,15 Euro |
|
JBA-Databank
KvK nr. 06058640
7522 HJ Enschede (NL)
info@jbadatabank.com |
|
|
|
Lespakket 4, p. 167 Vraag ingezonden door: Jan Jacobs Vraag toegevoegd op: 24/04/2008 om 13:57
Hieronder staat het antwoord op de vraag: Lespakket 4, p. 167
Geef uitwerking. Welke machine-keuze? Welke kostprijs?
Voorraadvorming is hier niet mogelijk.
Kwartaal 1 en kwartaal 4 zijn drukke perioden met normaal afnemersgroep A 30.000 eenheden elk kwartaal (is 120.000 elk jaar). Afnemersgroep B neemt 20.000 eenheden af, in kwartaal 1 en in kwartaal 4 (is 40.000 elk jaar).
De zomertijd is hier een slappe periode, zoals in meer bedrijven. Het is de tijd voor vakantie, enzovoorts.
Een machine, type 3, jaarcapaciteit 200.000 eenheden (per kwartaal 50.000 stuks), is niet toereikend, want normaal is 10 % reserve-capaciteit voor onderhoud, schoonmaken, enzovoorts.
Niet duidelijk is, 10 %, waarvan precies?
En het doet er ook niet toe hoe dat percentage precies luidt.
Want de eerstvolgende beschikbare jaarcapaciteit is 250.000 eenheden voor 1 machine, type 4, met jaarkosten 300.000 euro.
Dit is beter (minder kosten) dan 1 machine, type 1, in combinatie met 1 machine, type 2, met samen ook jaarcapaciteit 250.000 stuks.
10 % van 250.000 is 25.000 en dat zou betekenen op jaarbasis 225.000 eenheden productie, en dus per kwartaal 56.250 stuks.
Een ruime jas, zeker, maar dat is onvermijdelijk; het is zogenaamde rationele overcapaciteit.
Ik zou de Technische Dienst nog eens navragen of die 10 % wel volstaat. En ze vervolgens vastpinnen op bijvoorbeeld 12 % waarvoor de Technische Dienst zelf tekent. Bedenk, dit kost niks zolang het blijft binnen de rationele overcapaciteit!
Machine-keuze? Antwoord: 1 machine, type 4.
De kostprijs is moeilijker.
Als afnemersgroepen A en B er allebei van meet af aan zijn (beide zijn u even lief) dan één kostprijs:
300.000 euro/160.000 eenheden = 1,88 afgerond VAST.
Plus 11 variabel, geeft SKP 12,88. Uniforme kostprijs.
ALL ANIMALS ARE EQUAL.
Gesteld, dat afnemersgroep A er het eerst was en dat groep B er wel of niet bij komt.
Met alleen A volstaat 1 machine, type 2, met jaarkosten 175.000 euro en kostprijs:
175.000 euro/120.000 eenheden = 1,46 afgerond VAST.
Plus 11 variabel, geeft SKP 12,46. Kostprijs voor groep A.
Groep B erbij betekent méérkosten 125.000 euro, waarvoor niet A maar alleen B de veroorzaker is.
"De vervuiler betaalt" en dus:
125.000 euro/40.000 eenheden = 3,13 afgerond VAST.
Plus 11 variabel, geeft SKP 14,13. Kostprijs voor groep B.
Gedifferentieerde kostprijzen, voor uiteenlopende groepen, is niet apart maar eigenlijk heel gewoon.
Denk bijvoorbeeld aan dag- versus nachttarieven voor elektriciteit.
Door de week - wel/niet in de spits - of in het weekend bij de spoorwegen.
Enzovoorts.
Terug naar de Vragen & Antwoorden |
| |
|